Boerderij Melkema, Smedemaweg 3, Huizinge
Buiten het dorp staat de in de 16de eeuw gebouwde kop-hals-romp boerderij Melkema. Het staat op de plaats van het in de 14de eeuw genoemde steenhuis Melkema. Deze wordt in de archieven in 1371 genoemd als ‘gerechtigde heerd’. Dat betekent dat het een boerderij was met flink wat land waaraan de eigenaar het recht en de plicht was verbonden om het redgerambt uit te oefenen, een belangrijk bestuurlijk ambt in die tijd. Melkema behoort tot de zeer oude Groninger boerderijen en heeft grachten en singels bewaard. De boerderij vormde het stamhuis van de doopsgezinde familie Huizinga, die het tot centrum maakten van doopsgezinde activiteiten tijdens de republiek. De beroemde historicus Johan Huizinga stamt uit deze familie, evenals veel Groninger doopsgezinde boeren en burgers. Het rijksmonument is dan ook van belang uit oogpunt van oudheidkundige en volkskundige waarde.
Het langgerekte voorhuis heeft een zadeldak tussen topgevels met een topschoorsteen waarop borden zijn aangebracht. De achtergevel is naar de weg gekeerd. De boerderij werd verschillende malen verbouwd, zoals rond 1750, in 1762 getuige een gevelsteen aan de achterzijde toen de grote schuur werd verlengd waarvoor een deel van de binnengracht werd gedempt, in 1820 (de kleine schuur), 1858 en rond 1900.



In de jaren 1970 was de boerderij zo erg vervallen dat sloop dreigde, maar uiteindelijk werd gekozen voor restauratie. Het huis inclusief singels en grachten werden begin jaren ´90 grondig gerestaureerd waarbij het het aanzien kreeg van een 18de-eeuwse Heerd.
De boerderij deed tot 2015 dienst als restaurant en congrescentrum. Bij de zware aardbeving van 2012 bij Huizinge raakte Melkema zo zwaar beschadigd dat de deuren van het restaurant gesloten moesten worden. De Nam kocht de eigenaar uit en verkocht het pand op zijn beurt in 2016 door aan Stichting Het Groninger Landschap voor een symbolische 1 euro, samen met nog twee zwaar beschadigde monumentale boerderijen.
Voor 2019/2020 heeft het Groninger Landschap zich ten doel gesteld om de boerderij in haar volle glorie te restaureren en toekomst bestendig te maken.

Het exterieur heeft een grondige restauratie gekregen. De kappen van beide schuren zijn voorzien van nieuw Nederlands riet. De beheerderswoning is voorzien van goede isolatie om in de toekomst energie neutraal en van het gas te kunnen. Rondom is het metselwerk hersteld en is de aardbevingsschade aan de straatkant aangepakt. In de hals van de boerderij is een beheerderswoning geplaatst. De entree in de hals wordt hierbij gebruikt als ruimte om bespreek/kantooruimte voor de beheerder ingericht. De oorspronkelijke rode zaal is hiervoor omgebouwd tot woonkeuken met entresol. Het entresol is los van het dak gehouden om de volle hoogte te ervaren bij binnenkomst. Via de bestaande trap worden de twee bovengelegen slaapkamers en de badkamer bereikt.
Momenteel wordt het appartement bewoond door Huib van der Stelt en Liselot Hamminga. Zij maken van de kleine schuur een geweldig atelier/ galerieruimte.
Ode aan “Melkema”;
Door Pieter Bakker Huisinga
De vette vaderlandsche velden ,
Die , zuivelryk , en ryk van graen ,
Hun rundersommen nooit voltelde ,
Hun kouters nimmer stil deen staen ,
Verwekken nu de luim tot dichten.
De Heimzugt zelve ontsluit myn’ mond ,
En noopt myn kunst haer’ klank te rigten
Naer onzer Vaedren vruchtbren grond.
Zweef , lieve Dichtgeeft ! buiten kommer ,
In ’t oud vermaeklyk Huisinga ,
En zie , gezeten in de lommer ,
Zyn Veldgebuure , Melkema ,
’t Eerwaerdig Stamhuis onzer Magen ;
Dat , met zyn graften , ruimte en zwier ,
De aloude blyken nog mag draegen
Van aenzien , eer en landbestier.
Toen zulk een stand , met Romes Outer ,
Hier viel , in vroege eeuwe , omveer ,
Bleef Melkema , hervormd en louter ,
Een onderzaet , geen heerscher meer.
Zou dit het Nageslagt iet deeren ?
Werpt dit een vlek op onzen Stam ?
Neen ! aenzien , adeldom van Heeren ,
Die vaek in oneere aenvang nam ,
Vergoodt geen sterffelyke menschen :
Toen ’t veld , wien ook de waen bedrieg’ ,
Alleen vervulde elks open wenschen ,
Lag nog de wereld in haer wieg.
Gy zaegt onze Ouders, in uw weiden,
O Melkema ! oprecht en trouw,
Het leeven der Aertsvaedren leiden,
By runderteelte , en akkerbouw.
Die bezigheid ontbrak geen zegen.
Zy dienden , op hun’ eigen’ trant,
Den tabbert , schuwende en den degen,
Eenvoudig God , en ’t Vaderland.
In zulk een landhuis, zulke streeken,
Daer zo veel graen en klaver wast,
By zo veel melk- en boterbeeken,
Hegtte onze Stam zyn wortels vast.
Hier, lustig , welig , opgeschooten,
Heeft hy zyn telgen , in het rond,
Geënt op Vaderlansche looten;
Verplant in Overzeeschen grond.
Gevoegzaemheid gaf ons Geslagte
Den Stamnaem niet van Melkema;
Maer best , gelykze zedog dagte,
Dien van zijn nabuur Huisinga.
Schraegt Melkema , nog vast van schouder,
Een Stam , door ’t vrugtbaer huwelyksbed,
Nu reeds twee eeuwen oud , of ouder,
Zo braef en eerlyk voortgezet;
Hier schakelt ook de vlyt den keten
Van ’t zelfde maegschap hegt aeneen.
Wie ooit zyn magen moog vergeten,
Hier kent men elk , hier mist men geen.
Zo lang natuur haer’ pligt zal kennen,
De zon zal op en ondergaen.
Zo lang de Hunze zeewaerts rennen,
Het Hoogeland zyn vee , en graen,
En zuivel zal ter Stede stieren:
Zo lang de Stad haer’ rang bewaer’,
Met Martens Naeld haer’ kring zal sieren’,
En heldenmoed met vryheid paer’,
Zo lang moet Melkema zyn beemden
En kudden kweeken , ruim en ryk.
Van eigendom noch tuk vervreemden,
En Huisinga , zyn duur gelyk,
Hoor , in een volgreeks veeler zoonen,
Zyn’ naem genoemd door onzen Stam
En moet d’ aenstaenden eeuwen toonen
Waer ons Geslagt zyn oorsprong nam.
AMSTERDAM
Den 28 van Lentemaend 1774.
Uitgegeven te Groningen by de Wedw. S. Hoitsema in de Steentilstraat 1775.
Pieter Huisinga Bakker (1714-1801) was de kleinzoon van Jacob Derks
(1659-1736) en Janneke Lubberts Cremer (1662-1701).

Dit is een “Merklap”, gemaakt in 1932 als verlovings-aandenken door Hilly Johanna Baarda, latere echtgenote van Pieter Frederik van der Molen.